vrijdag 11 november 2011

Gebarentaal is een simpele taal




Gebarentaal is een simpele taal
Wie kan je beter interviewen over gebarentaal dan iemand die het dagdagelijks gebruikt? Ik sprak met Gino Heirman en zijn dochter Annelies. Gino kreeg als kind een hersenvliesontsteking waardoor hij zijn gehoor verloor. Ook zijn vrouw is slechthorende, waardoor Annelies opgroeide met gebarentaal.
Gino is voorzitter van dovenvereniging ‘De Vrienden van Priester de l’Epée’. Deze vereniging tracht nu in Tanzania een dovenschool op te richten. Hij geeft ook gebarentaallessen  en werkt momenteel mee aan een woordenboek Nederlands-Engels in gebarentaal. 
Een bladzijde uit een gebarentaalwoordenboek



 Hoe is de Vlaamse Gebarentaal ontstaan?
Gino:
De Vlaamse Gebarentaal is net als een gesproken taal ontstaan uit de nood van mensen om met elkaar te communiceren. Oorspronkelijk komt ze echter uit Frankrijk.
In Frankrijk was er een priester die enorm begaan was met de doven waarmee hij in contact kwam. Om ze te helpen een beter bestaan te leiden en met elkaar te communiceren, vond hij het alfabet uit in gebaren. Eens het onderwijs in zijn omgeving goed op dreef was, kwam hij naar België en Nederland. Hier riep hij de Broeders van Liefde op om met hem naar Frankrijk te gaan en zijn gebarenalfabet te leren. Wanneer ze terug kwamen, werden de eerste Vlaamse scholen voor gebarentaal opgericht.  De eerste school was het St-Gregoriuscollege te Gentbrugge voor jongens, enkele jaren later volgde het Koninklijk Instituut Spermalie voor meisjes in Brugge. Het onderwijs kon vanaf dan volledig van start gaan. Met de opkomst van de media was het ook nodig om meer mensen op te leiden die als tolk konden functioneren.

Hoe komt het dat er geen universele gebarentaal is?
Gino:
Dit is net zoals bij de gesproken taal. Doven wonen overal ter wereld en één gebarentaal is dan ook onmogelijk. Men heeft een wereldgebarentaal uitgevonden, het Gestuno, maar net zoals het Esperanto is dit niet doorgebroken.
Zijn er net zoals in de gesproken taal ook dialecten in de Vlaamse Gebarentaal?
Gino:
Ja, die zijn er. We verstaan elkaar wel, maar toch zijn er enkele verschillen. Je kan dit het best vergelijken met het Antwerps of het West-Vlaams. Wat vooral belangrijk is, is het gebruik van de mond. Had je al opgemerkt dat tolken op tv ook steeds meepraten met hun mond? Dat maakt het veel gemakkelijker om te begrijpen. Liplezen is heel belangrijk.

De Vlaamse gebarentaal is nu vijf jaar officieel erkend. Zijn hier grote veranderingen uit voortgekomen?
Gino:
Ik heb zelf gestreden voor de erkenning van de taal. Het was heel belangrijk om dit te bekomen. Steeds meer dove jongeren willen verder studeren. Door de erkenning is dit mogelijk, want het onderwijs wordt nu gesubsidieerd. Vroeger was het voor velen dus onmogelijk en waren er slechts enkelen die van hoger onderwijs konden genieten.

Hoelang heeft de strijd geduurd om deze erkenning te bekomen?
Gino:
Die heeft meer dan tien jaar geduurd. De ministers wilden ze slechts erkennen als er duidelijke plannen  waren voor tolkenscholen, woordenboeken, … België was één van de laatste Europese landen om de gebarentaal te erkennen.
Annelies: Nu hebben we zelfs een slechthorende politica: Helga Stevens van NV-A.  Mocht de erkenning van de gebarentaal niet gebeurd zijn, was ze nooit zo ver kunnen komen. Daarnaast wordt er nu ook meer geïnvesteerd in tolken, wat echt noodzakelijk was. Mijn ouders zijn nu veel beter op de hoogte van alle gebeurtenissen omdat op het internet filmpjes te zien zijn waarop een interview getolkt wordt. Ook voor officiële zaken zijn deze tolken hoognodig. Bij een bezoek aan de notaris of advocaat is een officieel aangestelde tolk nodig die onder ede staat.
Gino: Dit wordt geregeld door het CAB: het Centraal Tolkenbureau.

Is het net zoals bij een gesproken taal dat je de taal in fases leert? Woordenschat, grammatica, ...
Gino:
Ik geef  gebarentaalles. Eerst leren ze het alfabet, vervolgens woordjes en tot slot zinnen. De plaats op het lichaam waar het gebaar wordt uitgebeeld, leren ze pas later.
Annelies: Werkwoorden worden weinig vervoegd; bv. werk is ook werkt. De verleden tijd wordt zelfs nog minder uitgebeeld.
Gino: De nadruk ligt eerst op het aanleren van het alfabet. Wanneer dat gekend is, beginnen we pas met het Nederlands. Dan kunnen we gebaren aan woorden en voorwerpen koppelen.

Hoelang duurt het om de Vlaamse Gebarentaal volledig onder de knie te hebben?
Gino:
Doven en slechthorenden volgen meestal vier jaar les. De eerste twee jaar leer je de basis. Wanneer je deze hebt afgerond heb je geen diploma, maar het is ook geen verplichting om verder te studeren. Als je nog twee jaar extra leert, krijg je je diploma om te tolken. Natuurlijk gaat het bij de ene al wat vlotter dan bij de andere.

Wat doet men als men geen gebaar heeft voor een woord? Ik denk nu aan al de technologische uitvindingen waarbij we in het Nederlands vaak het Engelse woord overnemen.
Gino:
In deze gevallen moet een gebaar gevonden worden. Hiervoor is de Gebarencommissie verantwoordelijk, waar ik zelf ook lid van ben. Het gebeurt vaak dat we dan het gebaar van de brontaal overnemen. Dit is net zoals men in het Nederlands doet.
Annelies: Er zijn ook gebaren die twee betekenissen hebben. Je moet dan goed op de context letten. Vergelijk het met het woord ‘bank’. Je moet dan ook zelf uitmaken of het over de geldinstelling gaat of over het zitmeubel.
Het probleem is ook dat voor vele technische termen geen gebaar wordt uitgevonden omdat ze zo weinig worden gebruikt. Ik moet vaak formulieren invullen, omdat ik aan mijn ouders niet kan uitleggen wat het is door het gebrek aan een gebaar. Gebarentaal is een vrij simpele taal.

Worden dove kinderen verplicht om gebarentaal te leren in het onderwijs?
Gino:
Ik moest liplezen en mocht geen gebaren gebruiken op school. Liplezen vond men veel belangrijker.
Annelies: Dat is de reden waarom veel doven en slechthorenden die onbegrijpelijke klanken uitstoten. Ze denken dat ze wel degelijk het woord zeggen. Let er ook op dat die klanken meestal klinkers zijn. Papa kan geen ‘g’ uitspreken. Het is een zeer moeilijke klank en hij heeft geen idee hoe hij die klank met zijn mond moet vormen en uitspreken.
De uitspraak van doven en slechthorenden is daarom ook heel verschillend. Ze zeggen meestal letterlijk wat ze lezen omdat ze de uitspraak van een letter niet kennen.
Gino:
Er zijn scholen die gebarentaal aanleren, maar ook scholen die dat niet doen. Het is niet dat mijn ouders mij bewust naar een school stuurden waar men moest liplezen. Ik ging naar Gentbrugge omdat het simpelweg de dichtstbijzijnde school was.
Niet luid maar duidelijk - Stichting Nederlandse Dovenraad


Annelies, dacht je als kind dat er slecht één gebarentaal was?
Annelies:
Dat dacht ik inderdaad. Ik had nooit anders geweten, want ik beeldde steeds dezelfde gebaren uit met mijn ouders. Het is dankzij mijn grootouders dat ik leerde spreken. Het was voor mij als kind soms ook heel verwarrend. Mijn vader heeft in Gentbrugge gestudeerd, mijn mama in Brugge. Zelfs voor het woord ‘vrouw’  hebben ze verschillende tekens. Het was pas later toen ik ook goed kon liplezen en ze beter kon verstaan, dat we beter konden communiceren. Het is moeilijk om een structuur in hun praten te zien omdat elke dove andere klanken voortbrengt. Eens je hieraan gewend bent, gaat dat gelukkig een pak vlotter.
Het was in het begin ook moeilijk om niet te praten wanneer ik de woorden met mijn lippen vormde. Het heeft helemaal geen nut om de woorden luidop uit te spreken. Dat in combinatie met de gebaren was echt moeilijk. Ik merk ook dat mensen die op latere leeftijd gebarentaal leren, het luidop spreken niet kunnen laten. Het is niet erg, maar het heeft simpelweg geen nut.

Heb je ook negatieve ervaringen gehad?
Annelies:
Doordat mijn ouders geen middelbaar diploma hebben, kon ik nooit echt hulp vragen. Dat was soms lastig, omdat andere kinderen wel hulp konden vragen thuis. Nu sta ik daar wel positiever tegenover. Ik ben heel zelfstandig opgegroeid, maar dat werkt nu in mijn voordeel. Ik zou het niet anders willen.
Ben je blij dat je gebarentaal kan om zo beter met je ouders te communiceren?
Annelies:
Ja, zeker weten. Het zou moeilijker zijn om enkel op liplezen te vertrouwen en ik denk dat we dan onze ‘eigen’ gebaren zouden ontwikkelen om het gemakkelijker te maken.

Nuttige linkshttp://www.vgtc.be/
http://www.lepeetjegent.be/

8 opmerkingen:

  1. De keuze van de geïnterviewde doet ons even stilstaan bij een onderwerp dat voor velen onherkenbaar is. Moedig van deze mensen om er zo over te praten. De sterke vraagstelling zorgt ervoor dat we veel onformatie krijgen. Mooi interview!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste Myrte

    Het is een zeer goed idee geweest om twee personen te interviewen die in het echte leven gebarentaal gebruiken. Je had evengoed een saaie-in-gebarentaal-gespecialiseerde professor kunnen interviewen, maar dat heb je niet gedaan en maar goed ook. Door iemand te interviewen die zelf doof is, is jouw interview direct geloofwaardiger en ook menselijker.

    De opbouw van het interview is zeer duidelijk gestructureerd. Je hebt ook enkele foto's aan het interview toegevoegd, die ondersteunend zijn bij het onderwerp, zoals bijvoorbeeld de foto van het woordenboek voor doven.



    Fenna Saerens

    BeantwoordenVerwijderen
  3. item 'inhoud van het interview':
    Dit interview geeft niet enkel informatie weer, maar het heeft ook een menselijkheid. We krijgen een glimp te zien van het leven van de geïnterviewden zonder dat we het gevoel hebben een grens teveel te hebben overgestoken. Het is een zeer aangenaam en ontspannend interview, toch blijft het onderwerp op de voorgrond.
    M.a.w. de informatie blijft relevant. Het interview heeft een zeker effect op mij als lezer, ik voel me aangesproken om gebarentaal als een noodzaak te gaan zien. Je hebt als interviewer meegedragen tot het aanzetten van engagement.

    item "vraagstelling":
    Je hebt je duidelijk goed voorbereid. Je vragen zijn doordacht en geven blijk van interesse. Er zit een goede volgorde in de keuze van je vragen. Je slaagt er ook in de 'juiste' vragen te stellen zodat de geïnterviewden zich ook niet geremd voelen en veel vertellen over hun eigen ervaringen. Terwijl het onderwerp toch in een zekere taboesfeer verkeert.

    Annelies Coorevits

    BeantwoordenVerwijderen
  4. De keuze van de geïnterviewde is zeer goed.
    Het is een leerrijk interview en je stelt goede vragen. Alles is in een duidelijke taal uitgelegd. Ook een leuk idee om mensen te gebruiken die de gebarentaal hanteren. Ik heb veel bijgeleerd door je interview! Goed werk.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. De keuze van de geïnterviewden is zeer goed: ze gebruiken dagelijks gebarentaal en weten daar bijgevolg ook het meest over.
    Je interviewt ook twee verschillende partijen: iemand die doof is en gebarentaal gebruikt en iemand die dagelijks in contact komt met dove/slechthorende mensen, wat de visie op het onderwerp verruimt.
    Het onderwerp was voor mij onbekend, maar door dit interview te lezen, weet ik er toch al een pak meer over!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Je hebt je kandidaten duidelijk zorgvuldig gekozen. Het is zeer interessant om de groei en het belang van gebarentaal in het leven van twee verschillende generaties te zien.

    Je vraagstelling heeft een logische volgorde en je hebt ook goed extra uitleg gevraagd of dieper ingegaan op het onderwerp waar nodig.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Je hebt een zeer mooi artikel geschreven, Myrthe! Je hebt een goede keuze gemaakt door deze personen te interviewen. Als lezer is het ook aangrijpend omdat je toch meeleeft met die mensen, zeer sterk van jou! Interessant artikel om te lezen. Enkel jammer van de foto's die niet zo duidelijk zijn, maar toch leuk dat je ze er aan toevoegde!

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Boeiende aanpak van de problematiek (het persoonlijke verhaal samen met info over gebarentaal zelf) ! Slechts één taalfoutje (aaneenschrijven van een woord).

    BeantwoordenVerwijderen